Ik loop vanuit de voortuin rechtsaf de stoep op, en wordt haast rakelings gepasseerd door een jongetje op een fiets. Hij slingert van links naar rechts, en dreunt telkens hetzelfde versje op: ‘Nu ik ga naar huis …., nu ik ga naar huis …. ‘. Hij heeft niet door dat hij mij voor de voeten fietst, en slaat gelukkig al snel rechtsaf een tuintje in. Nadat hij zijn fiets achteloos op de grond heeft geworpen, hoor ik de voordeur open gaan, en zingt hij: ‘Nu ik ga naar binnen …., nu ik ga naar binnen ….‘.
Dit gaat zo waarschijnlijk nog wel even door.
Een onderdeel van zijn spel is duidelijk dat je benoemt wat je op dat moment aan het doen bent. Door dit telkens als een soort van mantra te herhalen, laat je in je bewustzijn maar weinig ruimte over voor andere gedachten. Dit gedrag vertoont daarmee sterke overeenkomsten met het populaire ‘mindfullness’.
Deze op het boeddhisme gestoelde vorm van gedragstherapie is er op gericht om zonder te oordelen je aandacht te richten op wat zich op het huidige moment voordoet. Het idee is dat daardoor spanning zal verminderen. Diverse onderzoeken suggereren onder meer een daling van de bloeddruk en hartslag, een verhoogde immuniteit, en een afname van het hormoon cortisol. Dat klinkt dus veelbelovend.
Een klassieke therapie als de Freudiaanse psychoanalyse is complex, confronterend, langdurig, en duur. Ook is de effectiviteit niet onomstotelijk bewezen, en het is inmiddels dan ook geschrapt uit het basispakket van de zorgverzekering. Los van de vraag of mindfulness op de lange termijn wel effectief zal blijken, komt het mijns inziens als geroepen voor een samenleving die vraagt om praktische interventies ten gunste van het welzijn. Het lijkt kinderlijk eenvoudig.
De foto hierboven toont een heel klein moment in de keuken. Wie aandachtig kijkt, ziet het bewijs.