Na jaren moet ik opeens weer denken aan een versje dat van kinds af aan in mijn geheugen staat gegrift:
Eun deun dip, ikke de kane flip
Ikke de kane boekedemane, eun deun dip
Evenals het alfabet, de vervoeging van ‘esse’, en ‘hotten-totten-tenten-tentoonstellingen’, is dit ogenschijnlijk triviale spreukje mij dus bijgebleven. Na 25 jaar dreun ik het nog steeds met het grootste gemak op. Je zou daarom haast denken dat het geheugen er buiten mijn weten om een bepaald belang aan heeft toegekend.
Hoewel het lijkt of mij een zen-boeddhistisch mantra van betekenisloze klanken is aangeleerd, heb ik hier te maken met een aftelrijmpje. Dit helpt kinderen bij het maken van keuzes, bijvoorbeeld over wie een bepaalde rol krijgt toebedeelt bij het spelen van een spel. Met het opzeggen van zo’n versje (bijvoorbeeld ‘Iene miene mutte’) worden alle keuzemogelijkheden langsgelopen, tot er uiteindelijk één optie overblijft. Daarmee neemt de groep unaniem een besluit over wie hem is met verstoppertje. Deze beslis-methodiek is snel, eenvoudig, en leidt tot breedgedragen beslissingen.
Volwassenen maken geen keuzes op basis van een aftelrijmpje. Ze menen dat de wereld om hen heen gedeeltelijk beïnvloedbaar is door rationele keuzes, en willen de uitkomsten ervan laten aansluiten bij hun persoonlijke belangen. Hoewel ik me tot deze groep reken, zie ik er naar uit om bij een volgende beslissing weer eens een aftelrijmpje toe te passen.