Landen als Noorwegen, Zweden, Denemarken en Nederland hechten belang aan een goede resocialisatie van (ex-)gevangenen. Dit doen zij bijvoorbeeld door het inzetten van gedragstrainingen, een geleidelijke terugkeer naar de vrije maatschappij, en goede nazorg. Daarmee richten beleidsmakers en politici zich niet alleen op vergelding voor het gepleegde delict, maar ook op het voorkomen van herhaling van crimineel gedrag. Er wordt dus solidair beleid gevoerd.
“De kwaliteit van een samenleving is af te meten aan de wijze waarop die samenleving omgaat met haar psychiatrische patienten en gedetineerden” (Dostojevski)
De organisatiepsycholoog Geert Hofstede heeft in de vorige eeuw een methode ontwikkeld om culturele verschillen te beschrijven. Daartoe deelde hij culturen in op een aantal dimensies: de mate van machtsafstand, individualisme, masculiniteit, onzekerheidsvermijding en langetermijndenken. Op de dimensie masculiniteit (versus feminiteit) scoren Nederland en de Scandinavische landen laag. Dit betekent dat de cultuur relatief gezien veel waarde hecht aan bescheiden gedrag, dienstbaarheid, en solidariteit, en relatief gezien weinig aan competitie, assertiviteit en ambitie. Heel anders dan naburige landen als Italië en Zwitserland, die op deze dimensie juist heel hoog scoren.
Culturele verchillen kunnen ook van invloed zijn op de aanpak van resocialisatie, zo blijkt uit een studie van het International Centre for the Study of Radicalisation. In Saudi-Arabie is het bijvoorbeeld normaal dat een gevangene niet eerder vrijkomt dan dat er een vrouw voor hem is. Men is namelijk van mening dat daar een civiliserende werking vanuit gaat. Iets wat overigens in lijn is met de opvatting van de Engelse psycholoog Maslow dat sociaal contact één van de basisbehoeften is van de mens om goed te kunnen functioneren. Dezelfde insteek, een andere aanpak.