Aandachtigheid

16 januari 2011

Ik loop vanuit de voortuin rechtsaf de stoep op, en wordt haast rakelings gepasseerd door een jongetje op een fiets. Hij slingert van links naar rechts, en dreunt telkens hetzelfde versje op: ‘Nu ik ga naar huis …., nu ik ga naar huis …. ‘. Hij heeft niet door dat hij mij voor de voeten fietst, en slaat gelukkig al snel rechtsaf een tuintje in. Nadat hij zijn fiets achteloos op de grond heeft geworpen, hoor ik de voordeur open gaan, en zingt hij: ‘Nu ik ga naar binnen …., nu ik ga naar binnen ….‘.
Dit gaat zo waarschijnlijk nog wel even door.

Een onderdeel van zijn spel is duidelijk dat je benoemt wat je op dat moment aan het doen bent. Door dit telkens als een soort van mantra te herhalen, laat je in je bewustzijn maar weinig ruimte over voor andere gedachten. Dit gedrag vertoont daarmee sterke overeenkomsten met het populaire ‘mindfullness’.

Deze op het boeddhisme gestoelde vorm van gedragstherapie is er op gericht om zonder te oordelen je aandacht te richten op wat zich op het huidige moment voordoet. Het idee is dat daardoor spanning zal verminderen. Diverse onderzoeken suggereren onder meer een daling van de bloeddruk en hartslag, een verhoogde immuniteit, en een afname van het hormoon cortisol. Dat klinkt dus veelbelovend.

Een klassieke therapie als de Freudiaanse psychoanalyse is complex, confronterend, langdurig, en duur. Ook is de effectiviteit niet onomstotelijk bewezen, en het is inmiddels dan ook geschrapt uit het basispakket van de zorgverzekering. Los van de vraag of mindfulness op de lange termijn wel effectief zal blijken, komt het mijns inziens als geroepen voor een samenleving die vraagt om praktische interventies ten gunste van het welzijn. Het lijkt kinderlijk eenvoudig.

De foto hierboven toont een heel klein moment in de keuken. Wie aandachtig kijkt, ziet het bewijs.

Beïnvloeding

3 januari 2011

Geef antwoord op de volgende vraag:

1. Is de Chinese muur langer of korter dan 10 kilometer?

Dat was waarschijnlijk niet zo moeilijk om te beantwoorden. De volgende vraag is al wat lastiger. Denk goed na.

2. Hoe lang is de Chinese muur?

Bij het beantwoorden van de tweede vraag is de kans groot dat je wordt beïnvloed door het getal uit de eerste vraag. Wanneer we een kwantitatieve schatting maken, dan beweegt ons antwoord namelijk in de richting van een (vaak irrelevant) vooraf overwogen getal. Wanneer deze waarde hoog is, dan valt onze schatting hoger uit dan wanneer deze waarde laag is. Dit staat bekend als het ankereffect of anchoring.

Uit talloze studies is gebleken dat dit ankereffect een robuust fenomeen is. Zelfs wanneer mensen vooraf gewaarschuwd worden, of wanneer er een beloning volgt voor het maken van een accurate schatting, dan blijkt het effect niet of nauwelijks te verminderen. Dat is jammer, want in de praktijk kunnen we best wel eens last hebben van die numerieke getallen die in ons geheugen actief worden gemaakt.

Zo verwachten we van rechters dat zij een weloverwogen en onafhankelijk oordeel vellen in juridische zaken op basis van inhoudelijke argumenten.  Toch kan dus ook de eis van de aanklager over de op te leggen strafmaat (bijvoorbeeld 8 maanden) de oordeelsvorming van de rechter beïnvloeden.  Die invloed is dan niet louter een gevolg van de overredingskracht van de aanklager, maar ook van het aantal maanden straf dat de aanklager eist.

Maar ook bij het afdingen op de markt zal een hoog openingsbod van de verkoper onze beoordeling van een reële prijs van die Chinese vaas beïnvloeden. We kunnen in dat geval maar beter zelf met een laag bod openen. Het zal de minimale verkoopprijs van de verkoper vast niet doen veranderen, maar het beschermt ons eigen oordeel wel tegen de invloed van het veel te hoge openingsbod van de marktkoopman.

De Chinese muur is 6.259 kilometer lang.

 

Aftelrijm

18 mei 2010

Na jaren moet ik opeens weer denken aan een versje dat van kinds af aan in mijn geheugen staat gegrift:

Eun deun dip, ikke de kane flip
Ikke de kane boekedemane, eun deun dip

Evenals het alfabet, de vervoeging van ‘esse’, en ‘hotten-totten-tenten-tentoonstellingen’, is dit ogenschijnlijk triviale spreukje mij dus bijgebleven. Na 25 jaar dreun ik het nog steeds met het grootste gemak op. Je zou daarom haast denken dat het geheugen er buiten mijn weten om een bepaald belang aan heeft toegekend.

Hoewel het lijkt of mij een zen-boeddhistisch mantra van betekenisloze klanken is aangeleerd, heb ik hier te maken met een aftelrijmpje. Dit helpt kinderen bij het maken van keuzes, bijvoorbeeld over wie een bepaalde rol krijgt toebedeelt bij het spelen van een spel. Met het opzeggen van zo’n versje (bijvoorbeeld ‘Iene miene mutte’) worden alle keuzemogelijkheden langsgelopen, tot er uiteindelijk één optie overblijft. Daarmee neemt de groep unaniem een besluit over wie hem is met verstoppertje. Deze beslis-methodiek is snel, eenvoudig, en leidt tot breedgedragen beslissingen.

Volwassenen maken geen keuzes op basis van een aftelrijmpje. Ze menen dat de wereld om hen heen gedeeltelijk beïnvloedbaar is door rationele keuzes, en willen de uitkomsten ervan laten aansluiten bij hun persoonlijke belangen. Hoewel ik me tot deze groep reken, zie ik er naar uit om bij een volgende beslissing weer eens een aftelrijmpje toe te passen.

Wonderolie

2 april 2010

Vroeger was het niet ongewoon om over een oude laag behang heen te behangen. Nadat ik vijf lagen behang heb verwijderd, verschijnt er een onderlaag van krantenpapier uit 1969. De nieuwsberichten en advertenties geven een aardig inkijkje in het dagelijkse leven van toen. De tijd dat men nog adverteerde met wonderolie tegen likdoorns.

Wonderen. Daar geloven we niet meer in. Nu spreekt men in dezelfde advertenties over ‘de klinisch bewezen voordelen van hydrocolloïd met een salicylzuurschijfje. Vertrouwen in curieuze elixers heeft plaatsgemaakt voor vertrouwen in wetenschappelijk bewijs. Het habijt is vervangen door de witte jas. Maar bewijs wordt niet altijd even zuiver ingezet.

In haar boek ‘De depressie-epidemie’ noemt de  psycholoog Trudy Dehue een onderzoek van TNS-NIPO naar het vermeende gunstige effect van anti-depressiva op ziekteverzuim. Wat blijkt, de opdracht van het onderzoek was afkomstig van een farmaceutisch bedrijf. We zien hier dus een zogenaamd onafhankelijk onderzoeksbureau dat een probleem benoemt (ziekteverzuim), en in onderzoeksresultaten de oplossing aandraagt (anti-depressiva). Nieuwsbronnen nemen dit klakkeloos over, en zo maakt de fabrikant indirect reclame voor een bepaald product.

Commerciële televisieprogramma’s suggereren vaak wetenschappelijke ondersteuning voor de werking van een terloops genoemd product. In een aflevering van het zogenaamd informatieve programma ‘Je lijf, je leven’ legt een arts uit hoe de darmen werken. Ze benoemt veelvoorkomende darmproblemen, en benadrukt het belang van gevarieerd eten en bewegen, en het mogelijke nut van ‘goede bacteriën’. Dat laatste is natuurlijk te koop in de vorm van pro-biotica. Maar het Voedingscentrum geeft aan dat hiervan  niet is bewezen dat het de weerstand helpt verbeteren. Het is niet anders dan moderne wonderolie.

In de gang stuit ik op een zeer hardnekkige laag behang, die ik met een plamuurmes nauwelijks kan verwijderen. Wonderolie is hier zeer gewenst.

60° noorderbreedte

11 februari 2010

Landen als Noorwegen, Zweden, Denemarken en Nederland hechten belang aan een goede resocialisatie van (ex-)gevangenen. Dit doen zij bijvoorbeeld door het inzetten van gedragstrainingen, een geleidelijke terugkeer naar de vrije maatschappij, en goede nazorg. Daarmee richten beleidsmakers en politici zich niet alleen op vergelding voor het gepleegde delict, maar ook op het voorkomen van herhaling van crimineel gedrag. Er wordt dus solidair beleid gevoerd.

“De kwaliteit van een samenleving is af te meten aan de wijze waarop die samenleving omgaat met haar psychiatrische patienten en gedetineerden” (Dostojevski)

De organisatiepsycholoog Geert Hofstede heeft in de vorige eeuw een methode ontwikkeld om culturele verschillen te beschrijven. Daartoe deelde hij culturen in op een aantal dimensies: de mate van machtsafstand, individualisme, masculiniteit, onzekerheidsvermijding en langetermijndenken. Op de dimensie masculiniteit (versus feminiteit) scoren Nederland en de Scandinavische landen laag. Dit betekent dat de cultuur relatief gezien veel waarde hecht aan bescheiden gedrag, dienstbaarheid, en solidariteit, en relatief gezien weinig aan competitie, assertiviteit en ambitie. Heel anders dan naburige landen als Italië en Zwitserland, die op deze dimensie juist heel hoog scoren.

Culturele verchillen kunnen ook van invloed zijn op de aanpak van resocialisatie, zo blijkt uit een studie van het International Centre for the Study of Radicalisation. In Saudi-Arabie is het bijvoorbeeld normaal dat een gevangene niet eerder vrijkomt dan dat er een vrouw voor hem is. Men is namelijk van mening dat daar een civiliserende werking vanuit gaat. Iets wat overigens in lijn is met de opvatting van de Engelse psycholoog Maslow dat sociaal contact één van  de basisbehoeften is van de mens om goed te kunnen functioneren. Dezelfde insteek, een andere aanpak.

Panta rhei

23 november 2009

Het is tegen half zes, en opnieuw hoor ik in gebiedende wijs roepen dat het eten koud wordt. Daar heb ik nu geen tijd voor. Ik speel namelijk een wedstrijd Kung-Fu. Yie Ar Kung Fu op de MSX.

Machines with Software eXchangability waren de eerste home-computers die vanaf 1982 gebruik maakten van een software-standaard. Hierop speelde ik computerspelletjes van marktleider Konami, en schreef kleine programmaatjes in de programmeertaal BASIC. Zonder al te veel kennis is nog wel te raden wat de volgende code opleverde:

10 for i = 1 to 10
20 print i
30 next i
40 beep
run

Met de MSX verbond ik mij zonder het te weten voor lange tijd aan wat zou uitgroeien tot het grootste softwarebedrijf ter wereld.

Op de middelbare school verminderde mijn interesse in computers, en typte ik hooguit een werkstuk op de IBM (International Business Machines). Deze draaide op het besturingssysteem MS-DOS (Microsoft Disk Operating System).

Toen ik begon met studeren was Windows95 net uit. Niet dat het daarvoor in was, maar de personal computer werd door het gebruik van de grafische interface van Microsoft wel steeds populairder. Internet werkte hier flink aan mee. AltaVista, Napster, en mtnsms.com (gratis sms) werden gemeengoed. ‘Experts’ voorspelden zelfdenkende koelkasten die boodschappenlijstjes genereerden, als in ‘The Jetsons!

Enkele jaren geleden heb ik tijdens een ‘dual-boot installatie’ per ongeluk Windows XP vervangen door Fedora 6, een Linux-distributie. En daarmee eindigde na 20 jaar een onbewuste verbondenheid aan ‘s werelds grootste softwarefabrikant. Alles veranderdt.

Flauw

19 november 2009

Even kort door de bocht:

Het eten van vlees is slecht voor de gezondheid, dierenrechten, het klimaat, en een eerlijke wereldvoedselverdeling.

Wie even zoekt vindt echter voldoende ondersteuning voor deze stelling. De negatieve effecten van de productie en consumptie van vlees zijn voor mij daarom reden om er minder van te eten.

Op de bijna uit het omroepenbestel verdwenen omroep Llink was onlangs een reportage over vegetarisch eten. Een herkenbaar punt dat aan de orde kwam is het beperkte aanbod van vleesvervangers in Nederlandse supermarkten. Meestal hebben deze samengeperste soja- of tarweproducten enige gelijkenis met een hamburger, kip, of gehakt, en sommige smaken nog goed ook. Maar echt veel variatie is er niet.

Wat blijkt, in de Aziatische keuken is het veel minder ongebruikelijk om vegetarisch te eten. En ook de Toko in Nederland kent een breed assortiment aan vegetarische producten, waarbij niet altijd krampachtig wordt geprobeerd om het geliefde stukje vlees te vervangen door iets wat er niet naar smaakt, maar er wel op lijkt. Een blik in het vriesvak van de Toko waar ik wel eens kom bevestigt dit.

Thuisgekomen gaat de Vege Salted Chicken (in dit geval toch namaakvlees) in de pan met een scheutje olijfolie. De smaak is prima, maar zoals ik door de naam al had kunnen vermoeden: behoorlijk zout. Dit zie ik terug op de ingrediëntenlijst. Per portie bevat deze nepkip maar liefst 650 mg Sodium, ofwel 6,5 gram zout. Het Voedingscentrum adviseert maximaal 6 gram per dag.

Volgende keer toch maar weer een stukje tofu. Flauw hoor.

Kaartjes

16 oktober 2009

Nog 50 meter. “Kaartje gezocht, kaartje gezocht!” hoor ik een groepje achter me roepen. Laat ik nou vreemd geformuleerd net een kaartje weten. Iemand heeft afgehaakt, dus we hebben een kaartje over. In de uitgang van het  station draai ik me om, en spreek het meisje achter me aan. Ze houdt een bordje waarop staat ”Kaartje?” in haar handen. “Zoeken jullie een kaartje?”

Nog 40 meter. Als in het sprookje Zwaan-kleef-aan beweegt het groepje met me mee. Ze komen één kaartje tekort, en ik vraag aan het meisje of zij degene is die dan niet naar binnen kan. Ze knikt. Ze vraagt hoe ik heet. Of ik wil bellen of het kaartje er nog is. Ik kan nog wel wat regelen, ik ken nog wel iemand, ik weet nog wel een kaartje. Ik woon immers op de Olympus!

Nog 30 meter. Ik pak mijn telefoon, maar bedenk dat bellen wel wat overdreven is. De Hendo, daar heb ik namelijk afgesproken, is 30 meter verderop. En daar is het kaartje. Direct tegenover de Heineken Music Hall. Deze afstand overbruggen we nog wel. Maar plots zie ik een ander groepje mensen zwaaien met een kaartje. “Zoeken jullie een kaartje?”, vragen ze aan mijn groepje. ” Ja, héb je een kaartje?”

Nog 20 meter. Ik ben mijn pas verworven groepje kwijt. En geef ze eens ongelijk. Ach, wat doet het ertoe. Vanavond zijn de Pixies voor hun reunie-tour in Amsterdam, en spelen het gehele album Doolittle, aangevuld met b-sides. En ík heb een kaartje! Het filmpje hieronder laat zien dat de Pixies een fantastische live-band zijn.

Kamervragen en tsunami’s

10 oktober 2009

Leden van de Tweede Kamer  zijn in de gelegenheid om schriftelijk vragen te stellen aan ministers. Sommigen gebruiken daarbij graag stijlfiguren. Vier (ingekorte) voorbeelden:

De vergelijking:

Vraag aan de minister van Buitenlandse Zaken over een 80-jarige Saudiër en een 10-jarige bruid: “Deelt u de mening dat deze man zich als een varken gedraagt?”

Hier is duidelijk sprake van een vergelijking tussen een man en een varken. Uit de vraag blijkt echter niet op welke gedraging van een varken het Kamerlid doelt. Er is al gevraagd of de minister de situatie verafschuwd, dus de vergelijking voegt inhoudelijk niets toe.

De Metafoor:

Vraag aan de staatssecretaris van Justitie over het verlof voor een meervoudige moordenaar: “Deelt u de mening dat het een kapitale blunder is dat de kliniek aan de resocialisatie van deze slachter werkt?”

In deze vraag schetst de metafoor een beeld van de gedragingen van de moordenaar. Handig, want het voorkomt een storende herhaling. Onhandig, want het begrip krijgt daardoor wel een iets andere betekenis.

De uitdrukking:

Vraag aan de minister voor Wonen, Wijken en Integratie over een verbod over gescheiden inburgering: “Hoe is uw ruggengraatloze houding te verklaren?”

Hier wordt een uitdrukking gebruikt. Maar de vraag loopt op de zaken vooruit. Eerst moeten worden gevraagd of de minister de mening deelt over weinig daadkracht te bezitten (doorgaans een retorische vraag). Pas dan is de vraag naar de verklaring zinvol.

De overdrijving:

Vraag aan de minister en staatssecretaris van Justitie over het toelaten van grote groepen immigranten: “Deelt u de mening dat het toelaten van grote groepen immigranten de grootste fout uit de vaderlandse geschiedenis is?”

Deze stelling is uit een opinieblad overgenomen, en is naar mijn mening een voorbeeld van overdrijving (de hyperbool). Je kunt dit niet te vaak roepen.

Het gebruik van een stijlfiguur in een vraag impliceert soms al een mening. Vreemd, want het stellen van de vraag heeft als doel om feitelijke informatie te verzamelen (hoor-en-wederhoor). Pas daarna, als de feiten bekend zijn, kan een afgewogen mening worden gevormd. Het komt dan ook niet erg professioneel over.

Het is me opgevallen dat vooral nieuw-rechts veel gebruik maakt van stijlfiguren. Populair gezegd een tsunami van overbodig taalgebruik.

Leidens Ontzet (ontzettend Leids)

3 oktober 2009

Op 3 oktober 1574 werd de stad Leiden door de watergeuzen bevrijd van de Spaanse bezetting. Hoewel Holland nu vrij was, werden de zuidelijke gebieden nog belegerd. Daarom vluchtten tienduizenden Vlaamse en Waalse textielarbeiders naar Leiden, dat door de opkomende lakenindustrie sterk moest uitbreiden. En ook Engelsen en Duitsers vestigden zich in ‘ t land van beloften. In deze immigratie ligt de oorsprong van het ‘zangerige’ Leidse dialect. Wie goed luistert, kan het in deze lofzang aan het Leids ontzet misschien herkennen.


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.